your story

Zorgen voor je geest en zorgen over een geest

Verhaal van Michiel Geurtse

Met kapjes kunnen we uiteindelijk kappen. Met mantelzorgen blijf je zorgen. Vanuit mijn geest gezien stegen de zorgen in net zo’n grote mate als de mondkapjes. Waar het leven werd stilgezet door een pandemie, ging het thuis onverdroten door. Hoe harder de rem op het land, hoe sneller het leven in huis doorging leek wel. Zoonlief had zorg nodig. Ook als er geen opvang en school is. Dat stopt niet met een Covid-19. Dat stopt nooit.

Ironisch zou je kunnen zeggen dat de pandemie van het mantelzorgen groter is dan een virus. Ergens begint het, dan komt het besef dat je bij de groep der mantelzorgers hoort en daarna weet je dat je hele leven mee moet leren leven. Daar is geen vaccin voor.

Leef ik dan op deze wijze? Nee. Daar is alles te mooi voor. Zelfs tijdens een pandemie. Er zijn zoveel leuke, grappige dingen. Zolang je maar goed om je heen kijkt. Mensen die ondanks de afstand juist dichter bij elkaar komen, geklungel bij een supermarkt omdat iemand niet weet hoe die de diepvriesgroente moet pakken en tegelijkertijd netjes afstand wil houden. Grappige dingen, ontroerende dingen, maar ook bizarre dingen. Mensen die met potten en pannen gingen slaan. Ik kook er liever een eitje in.

Mijn geest neemt waar en verwonderd. Mijn zoons geest neemt waar en is blij. Eindelijk wordt er rekening gehouden met zijn autisme. Eindelijk geen drukte, geen lawaai en eindelijk langer vakantie thuis dan twee weken. Ja, ja, mijn zoons’ geest is geestig.

Tijdens het intense leven van de lockdown ben ik er eigenlijk pas echt achter gekomen dat ik een mantelzorger ben. Voor de ellende zat je in een modus van school, werken, opvang, ophalen, zorgen. Dat ging vanzelf. Nu opeens moest je werken én zorgen tegelijk. Als je het kon redden hem ook nog iets bijleren. Hij leerde mij ook wat bij. Hoeveel een gemiddelde puber dagelijks naar binnen heen werkt. Wat een bodemloze put! Dus naast mantelzorgen werd ik ook nog broodsmeerverzorger. Dat kon er ook nog wel bij.

Hoe houd je dan scherp? Je koppie fris? Door eigenlijk te gaan denken in het stereotype: niet denken wat niet allemaal kan, maar wat wél allemaal kan. Wandelen mocht bijvoorbeeld, goed voor mijn en zijn beweging. Hardlopen kon ik niet, want mijn zoon kan niet alleen thuis zijn. Maar ik kon wel voor de TV meedoen met een fitnessvideo met een kettlebell. Vertier voor mijn zoon en voor de hele straat die voorbij gewandeld kwam en mijn ongecontroleerde gewapper zagen. Mister Bean is er niets bij.

Kortom, geleidelijk aan werden mijn zoon en ik twee geesten, één gedachte. Zorgen hadden we en hebben we en die zullen ook nooit helemaal weggaan. Zorgen voor het virus hadden we ook. Maar het besluit om ons er niet door te laten leiden, was een van de betere ooit. We hielden ons aan regels en laveerden ons door supermarkten en bossen. Waar ik bij het laatste een keer grappig tegen mijn zoon zei; ‘kijk jongen, er zijn op dit moment meer mensen gekapt dan bomen!’ Ik vond hem leuk, maar kreeg wel wat verontwaardigde blikken.

Slechts één moment kreeg corona ons van slag. We kregen het zelf en moesten iets van drie weken in quarantaine. Waarvan ik een week met flinke koorts mezelf voort moest slepen. Daar gebeurde het wonderlijke dat iemand zorgen kreeg over een geest. Junior over het mijne. Voor een week draaiden de rollen zich om. Uit het niets begon hij mij te verzorgen. Iets wat we tot dan niet wisten dat het er geestelijk in zat. Ik lag met een dikke 39 graden koorts, maar mijn geest werd op dat moment verrijkt met trots.

Hoe zorg jij voor je geest als mantelzorger tijdens de pandemie was de vraag? Gewoon, zorg dat je ondanks de stress, zorgen en niet kunnen zien van dierbaren, dat er kleine mooie dingen zijn om je heen, die sterrenpuntjes aan de hemel. Wanneer je die kan pakken en van kan genieten, dan ach, het leven tijdens een pandemie, is zo slecht nog nie.